Volg Klapstuk

zondag 2 november 2014

Meneer Muller

De tijd staat stil. Je gaat niet naar huis, ik niet opzij. We hebben het over alles, maar niet over datgene wat we echt zeggen. Buiten schemert het, de overburen doen de lampen aan. Geelverlichte ramen achter bewegende schaduwen. En jij, tegenover me. Lachend, pratend.

Misschien kun je beter blijven. Dan doen we de gordijnen dicht, want we hebben de wereld niet nodig als we samen zijn. We raken dieper in elkaar verstrikt, bereiden ons voor.

Ik hoor het. Als in een dag ver hier vandaan. Ik pak weer mijn fiets, sleur hem weg van het raamkozijn. Prik me aan de bosjes dit keer. Het najaar ruikt naar vermolmd hout en natte kleren. Dit is mijn stad. De stad waar ik vrij ben van mezelf. Van de verwachtingen.

Ik raak je, dat weet ik. Omdat ik het zie. En voel. Twee mensen die weten dat het nooit zal gebeuren, maar ergens al gebeurd is. Omdat we het zien in elkaars ogen en horen in elkaars spel.
Geen goede combinatie, nee, natuurlijk niet. Maar goed is meestal ook helemaal niet leuk.