Volg Klapstuk

woensdag 4 juni 2014

Trek




Graag of niet
zei de man
en hij liep door

Achter hem
in het zand
een wankel spoor

Verder dan de bergen
steeds weer
richting zee

De zon bewoog
langzaam
met hem mee


maandag 2 juni 2014

Overlopers

Ik geloof je niet.

We lopen nu drie weken op en neer naar school. Je komt me halen, iedere ochtend. Om kwart over drie wacht je bij het hek. Maar het betekent niets.
  Als mijn hart een sprongetje maakt zodra de deurbel klinkt, verfoei ik mezelf. Kippenvel op mijn armen als ik je tegen de poort zie leunen... het is een voorteken.

Ik weet niet wat je van me wilt. Ik durf het niet te vragen. Mijn broers lachen me uit, ze noemen ons een stelletje. Ze doen je na, weet je. 's Avonds als we naar boven zijn gestuurd, trekken ze de veters uit hun schoenen en hangen een trui los over hun schouders. Dan lopen ze hand in hand, grinnikend op de overloop.

Je kent me niet. Je weet niet waarom we ieder jaar minstens twee keer verhuizen; überhaupt dát we telkens verkassen voordat we ergens echt wonen.
  Ons lied is er geen dat je wilt zingen. Morgen zal ik je dat vertellen. Je moet hier niet meer komen.

En trouwens, ik geloof je toch niet.