Volg Klapstuk

woensdag 7 januari 2015

Het lied van Emely



Tijd is vluchtig. Maar nu ik aan het bevallen ben van ons 22 weken oude dochtertje blijft iedere seconde kleven als een stroperige druppel aan een kraan.
Het is onwerkelijk, het dringt niet helemaal tot me door. Maar ik zeg tegen mezelf: let op, onthoud dit moment, het is alles wat je van haar zult hebben.
  Nadat de tweede dosis 'medicijnen' is ingebracht door een veel te jonge dokter, wordt mijn buik strak en verkrampt. Eén lange wee, zonder pauze. Emely is opeens niet meer het drukke lijfje van weleer; ze beweegt nauwelijks. Soms denk ik haar te voelen, maar het is mijn eigen verlangen dat me voor de gek houdt. Continu tast ik mijn buik af, op zoek naar contact. We zijn van slag, zij en ik.
  En dan, rond elf uur, voel ik de schok die haar hele lijfje laat schudden. Kort, scherp en krachtig alsof ze onder stroom stond. Van haar tenen tot haar hoofd, armpjes en benen, alles trekt samen. Een tel, niet langer. Deinend komt ze tot rust. Dan is het stil.
  'Ze is overleden', fluister ik tegen Igor. Ik weet het zeker, geen twijfel mogelijk. Dit was geen beweging, dit was een reflex, een stuiptrekking. Ons meisje heeft ons verlaten. Zonder de ellendige bevalling af te wachten. Omgeven door de warmte van mijn handen.

Toch is ze niet weg. Ze is erbij tijdens de uren die daarop volgen. Uren van pijn, krankzinnige bewustwording. Het afscheid nadert, het maakt me ziek. De zwaarste en langste bevalling van de drie.
  Totdat ze er opeens is, uiteindelijk zo plotseling dat ik het eerst niet in de gaten heb.
  'Oh, dat scheelt!' roep ik uit als de druk op mijn schoot abrupt vervaagt. De verloskundige moet onwillekeurig lachen.
  'Ja, dat geloof ik', hoor ik haar zeggen. Ze pakt een klem en een schaar. Ik richt mijn hoofd op, maar zie alleen een wirwar van armen.
  'Is ze er al?' probeer ik te vragen, maar mijn keel is ondoordringbaar dik. Ik kijk Igor aan. Hij knikt.
  'Is ze dood?' hoor ik mijn stem in de verte vragen.
  Ja, ze is dood.
  'Gelukkig maar', fluister ik.

Igor knipt de navelstreng door. Gebroken kijkt hij naar zijn dochter. Ze wordt op mijn buik gelegd, zoals we hadden afgesproken. De eerste paar tellen voelt ze warm en knus, maar haar temperatuur daalt in rap tempo, tot ze koud is. Koel en plakkerig. Haar dunne, kwetsbare huidje hecht zich vast aan mijn vingers. Heel voorzichtig leg ik mijn handen om haar heen, onbeweeglijk op één plaats, en bekijk ik mijn baby zo goed als mogelijk.
  Wat is ze mooi! Helemaal af, ze heeft zelfs al nageltjes. Haar oogjes zijn dicht, de oogleden stevig op elkaar. Een echt meisje, met smalle schoudertjes en fijn gevormde beentjes. Haar mondje is open, ik kan haar verhemelte zien. Het tandvlees, met daarin een toekomst die wij niet zullen meemaken. Geen eerste tandje, alleen dit moment.

Ik wil haar helemaal in me opnemen, ieder detail. Niets van dit breekbare fragment mag verloren gaan. Ik zie haar smalle voetjes, de bloedvaten zichtbaar onder haar huid. En och, die wangetjes, zacht en puntgaaf. Voorzichtig geef ik er een kusje op. Koud, maar o zo vertrouwd. Dit is mijn kindje. Snel geef ik haar nog een kus, iets steviger dit keer. Onthoud dit, vergeet het niet dit gevoel: de zachte tere huid van mijn baby op mijn lippen.
 Ze is volmaakt. Zo lief. Hier ligt mijn kindje, in mijn armen zoals het hoort. Maar niet helemaal. We herkennen haar. Ze is onmiskenbaar een zusje van Steven en Yorick. Het mondje van de één, de wangetjes van de ander. Een mengelmoesje van ons allemaal. Ik voel me trots. We hebben een dochter. Wij, Igor en ik, hebben een prachtig klein meisje.


2 opmerkingen:

  1. Jeetje wat heb je dit mooi verwoord. Tranen over mijn wangen. Heel veel sterkte de komende weken weer!
    Sandra verhoeven

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Mooi geschreven!! Jeetje voelde precies hetzelfde bij mijn zoontje. Hij kwam ook met 22 weken. Veel sterkte toegewenst!!

    BeantwoordenVerwijderen