Volg Klapstuk

woensdag 30 oktober 2013

Mijnheer Coolsen (introductie)

Kwam Richard hem nou vandaag ophalen? Maar dan zou hij er al geweest zijn, want het is twaalf uur. Hoe lang duurt zo'n treinreis naar Amsterdam? Nee, het was niet vandaag. Het zal volgende week vrijdag zijn.

Voor de zekerheid gaat hij zich toch maar even scheren. Niet dat het veel zin heeft. Een uur naderhand ontkiemen vaak al donkergrijze en zilvergrijze stoppels op zijn afhangende wangzakken.
   Met scheerschuim op zijn gezicht en het scheermesje in zijn hand bekijkt hij zichzelf in de spiegel. Herkent hij nog iets van vroeger? Zijn ogen zijn fletser geworden en vallen haast weg in hun kassen. Zijn blik is ontevreden. Onheilspellend bijna. Alsof zijn ogen zeggen: 'Laat mij met rust.'
   Maar is dat ook niet zijn hele houding tegenwoordig? Laat mij mijn gang gaan. Kijk niet naar mij. Zeg vooral niets tegen mij, want ik ben een vervelende oude vent. Wil je graag afgeblaft worden, dan ben je bij mij aan het juiste adres.
   Die zustertjes ook altijd met hun bemoeizuchtige vragen. Of je al naar de wc bent geweest vandaag. En met wie dan. Of je alsjeblieft even je pillen wilt slikken, zodat ze naar die andere vervelende man van hiernaast kunnen gaan.

Met een grove kam probeert hij zijn haar te bedwingen, maar zoals altijd tevergeefs. Als een zilverwitte suikerspin staat zijn dunne haar onnatuurlijk hoog op zijn hoofd. Een extreem lelijke pruik van spinrag die ogenschijnlijk los op zijn schedel ligt.

donderdag 24 oktober 2013

Mooie hond

Mijn man vertrok naar Hellendoorn en een uur later botste ik letterlijk tegen een andere man op. Eentje met een hond. Hij keek me een moment gepikeerd aan, wat bij de omstandigheid paste. Ik mompelde halfslachtig een verontschuldiging, maar de man marcheerde verbeten verder. Onze affaire leek daarmee afgerond, en ik nam de gelegenheid te baat hem grondig na te kijken. Een lange, slanke man van middelbare leeftijd. Iets te verzorgd.
Plots draaide hij zich om. De hond liep door, maar werd met een klein rukje aan de riem verwittigd.
  'Doe de groeten aan je vriendin Carolien', sprak de man. Ik veronderstelde dat hij het tegen mij had.
  'Van wie?', vroeg ik daarom.
  'Van die man met die mooie hond', zei hij. Daarna stiefelde hij voldaan verder.

Dus heeft u de aandrang om iemand de groeten te doen? Koop een mooie hond.

zaterdag 19 oktober 2013

De trein

Dit gedeelte van de stad ken ik niet. En ik heb het koud, zo koud. Hier stond vanmorgen toch een schoolgebouw? Waar is alles gebleven? Ik kijk naar de wereld. Een glimp, iets bekends? Maar och, hoe lang is het geleden. Lopen, blijven lopen.
   Mijn haren vallen voor mijn ogen. Ik weet één ding: ik móet mijn trein halen. Nog tien minuten lopen. Tenminste, dat zei die meneer daarnet. Mannen zeggen het zelden eerlijk als ze de weg niet weten. Dus misschien moet ik nog wel drie kwartier lopen. Of loop ik helemaal de verkeerde kant uit. Wie weet. Dan haal ik de trein niet. En wat dan?
   De grond trilt. De metro raast onder mij voorbij. Maar de metro brengt mij niet bij mijn vader.
   Ik ben volledig doorweekt. Het wil maar niet stoppen met regenen. Ineens besef ik met een schok wat hij vanmorgen tegen me zei.
   "Het wordt een bijzondere dag vandaag," zei hij, "een dag als geen andere."
   Tja.

Daarnet tijdens het sollicitatiegesprek ging mijn telefoon. Wie neemt in vredesnaam zijn telefoon op tijdens een sollicitatiegesprek. Wie laat zijn telefoon überhaupt aan staan? Maar ik nam op. En ik hoorde een vreemde stem:
   "Mevrouw Gillius?"
   "Ja?"

woensdag 9 oktober 2013

Wachtgeld

Steeds vaker klinkt er kritiek op de wachtgeldregeling voor politici. Zijn onze bestuurders echt zulke 'graaiers' en 'zakkenvullers'?

Neem nou burgemeester Rehwinkel van Groningen. Die goede man legt zijn functie neer om vrijwilligerswerk te gaan verrichten in Barcelona. Heel nobel van hem. Ook de inwoners van Groningen zijn te loven, want zij zullen het project mede gaan bekostigen. De heer Rehwinkel heeft namelijk aangegeven gebruik te maken van zijn recht op wachtgeld. Een recht dat automatisch voortvloeit uit de huidige wachtgeldregeling voor politici. De lokale politiek in Groningen is 'not amused'.

Of raadslid Bert van der Roest. Hij stal voor zeker 40.000 euro uit de kas van de Daklozenkrant. Het bedrag dat hij onrechtmatig vanuit de Stichting Straatnieuws Utrecht overmaakte op zijn privérekening, gebruikte hij voor vakanties. Ook gaf hij graag rondjes in de kroeg. Inmiddels heeft Van der Roest zijn raadszetel ingeleverd, en ook hij heeft recht op wachtgeld.

zondag 6 oktober 2013

De beste dingen maken zichzelf

Wat zei hij nou daarnet? Het gaat steeds beter. Ja, het gaat beter met me, dat zei hij. Het zweet stond op zijn voorhoofd. Zijn shirt doordrenkt, een bruine rand rond de hals. We lijken heel wat. Ons brein lijkt heel wat, maar is vooral erg onbetrouwbaar als je het mij vraagt.

De beste dingen maken zichzelf. Het vergde teveel energie van Luc om te doen zoals hem gevraagd werd. En ondertussen kan hij met droge ogen beweren dat het beter met hem gaat.
Wat doe je dan? Je knikt en lacht. Je kent ons mensen toch. Luc jongen, je ziet er goed uit. We vergeten even dat je stinkt als de hel en zo mager bent als een skelet. Die grote bolle ogen in een gezicht zonder wangen, die losse tanden met een bruine laag verderf erop. Ja, het gaat veel beter met je, iedereen kan het zien. Drink je je yoghurt nog op, of zal ik 'm mee naar beneden nemen?

De zon schijnt fel in mijn gezicht als ik weer buiten sta. Ik heb geen idee waar ik heen ga. Ik loop door de straten van Tilburg maar bekijk alleen de binnenkant van mijn hoofd. Een fietser raast langs en raakt daarbij de flap van mijn jas. Hij steekt zijn hand naar me op en zwiept de bocht om. In een reflex wuif ik hem na.

Luc had een droom, een doel, al van kleins af aan. Terwijl ik als jongetje van acht buiten voetbalde, schreef hij pagina’s vol.

dinsdag 1 oktober 2013

Plaats van handeling

Zodra de deur openging, rook ik de geur van natte hond. En van doorweekte sokken. Aan de kapstok hingen drie vale, groengrijze jassen en op de grond stonden drie paar wandelschoenen. Zonder iets te zeggen, liep ik naar binnen. De deur naar de kamer stond open en ik hoorde pianomuziek. Gestuntel eigenlijk.
   De houten vloer vertoonde grote kieren. Ik beeldde me in dat daar in die donkere spleten harige spinnen huisden. De vloer kraakte onder mijn gewicht. Met elke stap die ik zette, kropen de spinnen verder weg in hun grotten.
   De woonkamer was opmerkelijk licht. Witte muren, witte kasten, witte tafel en zelfs een witte piano. Eindelijk gaven we elkaar een hand.
   'Maurits van Gelder'
   'Hallo Maurits, Sietske Reusel'
   Ik knikte naar de jongen die achter de piano zat te zweten. Hij zag me niet. Sietske nam plaats op de stoel naast de pianokruk en gebaarde mij dat ik op de witte, leren bank moest wachten.