Volg Klapstuk

donderdag 14 januari 2016

Geen weg terug (fragment)

We zaten net, toen er op de deur werd gebonkt.
  'Excuseer me', zei hij terwijl hij zwierig de kamer uit danste. De opgestoken kraag van zijn nauwsluitende colbert uitwaaierend rond de col. Ik bleef achter op de sofa. De tussendeur stond op een kier, de voordeur klikte open. Direct galmde een vrouwenstem door de gang, schril en ongeremd.
  '… het weer gedaan!', ving ik op. En een aanhoudend gesis van de dokter, ongetwijfeld sussend bedoeld. Tuttut, dacht ik en kon een giechel niet onderdrukken. Een gek aan de deur, dat zal hij wel vaker meemaken. Vrouwen die zichzelf niet onder controle hebben. Hysterische lui die desnoods nog na twaalven aan de deur staan. De dokter in zijn lange onderbroek en met slaapmuts op. Kandelaar in de hand. Ja, hij had iets pruikerigs, de dokter. Geen gsm, ongetwijfeld. En een vrouw die hutspot bereidt op de stoof. Een ondersteek om 's nachts niet over de koude tegels naar het toilet te hoeven.
  'Ik ga niet terug', riep de vrouw vanuit de gang, 'niemand kan me dwingen!'
  De dokter verhief zijn stem, maar oversteeg daarbij geenszins het betamelijke. 'Mevrouw De Koning', sprak hij, 'kunt u mijn arm loslaten?'
  'Ik ga niet terug!' krijste mevrouw De Koning. 'En ik laat uw arm niet los! U bent de schuldige, u moet het nú oplossen. Vanavond nog. Ik ga niet terug!'
  Er klonk wat gestommel. Een lichaam beukte tegen het kastje waar de glazen vaas op had gestaan, gevuld met een kluwen kerstlampjes.
  'Oh!' verafschuwde de dokter vlak voordat het glas over de tegelvloer tingelde. Vrolijk kerstfeest, fluisterde ik.

vrijdag 11 december 2015

Schrijven of verdrinken

Is het een keuze, schrijven? Ik geloof dat niet. Voor mij niet, het is schrijven of verdrinken.
  En ik kan me natuurlijk uit het veld laten slaan door alles wat ik de laatste vijftien jaar heb nagelaten. Beter is het om het inzicht te koesteren dat ik heb verworven tijdens de jaren daarvoor. Het verlangen, dat ook. Omdat zonder de rusteloosheid niets verandert. 
  Zojuist las ik een publicatie van vijftien jaar geleden, zo ongeveer het moment waarop ik kwijt liep in ruil voor andere wonderen. De pretentie is voelbaar in mijn tekst (de jurist spreekt mee). Maar daaronder: de kleurrijke stroming, de golven inspiratie, bijna te hoog om te kunnen bevatten. De beelden die me 's nachts nóg wakker kunnen houden. En ook nu rolt er soms eentje op me af, zo'n golf. Dan ben ik dagen bezig om dingen uit te stellen, in de veronderstelling dat ik eerst moet werken voordat ik kan schrijven. Maar werken lukt niet als je moet schrijven, en schrijven lukt niet als je moet werken. Deze patstelling breekt me zo langzamerhand op.

Met schrijven moet je doorgaan, het iedere dag doen. Anders blijf je opnieuw beginnen.

dinsdag 16 juni 2015

Ik mis je


nu pas zie ik je
in het licht
van wat geweest is

nooit meer dichterbij
wegdrijvend van ons
samen

hoe je reflecteert
via vreemde monden
ademt

en de tijd verstrijkt
wij verder
uit elkaar

een leven
verder dan jij
ik mis je





dinsdag 19 mei 2015

De nacht is nog jong

De beste verhalen ontstaan op momenten dat ik niets aan mijn hoofd heb. Als alle opdrachtgevers en kinderen tevreden zijn (dus stil), en mijn actielijst zoek is geraakt bij het opruimen.

Of als ik koortsig en rillend in bed lig, zoals nu.

Op die zeldzame momenten, waarop m'n hersenen alle ballast overboord kunnen gooien, ontkiemen de meest fantastische ideeën. Ongedwongen leegte zet keer op keer de juiste schakelaar om in mijn hoofd.

'Hé', zeg ik dan zachtjes.
  'Hoi', fluistert het verhaal.

Laten we een eindje samen oplopen, jij en ik. De nacht is nog jong.

maandag 4 mei 2015

Desinteresse is de beste provocatie

'Kunt u mij helpen?' vraag ik de mevrouw met het naamplaatje. Inmiddels ben ik de hal drie keer rondgelopen, op zoek naar een lift. Mijn hakjes klakkend op de glanzende tegels.
  'Ik heb een afspraak', zeg ik, 'om tien uur'.
  'Dat is het nu', zegt de mevrouw. Ze wijst met haar pen naar de klok die boven haar hoofd hangt.
  'Inderdaad', zie ik nu ook.

'Ik zal hem bellen, mevrouw Mol, dan komt hij u beneden halen', zegt de vrouw.
  Ze kent mijn naam.
  'Jullie krijgen zeker niet vaak bezoek?', vraag ik.

Of nee, eigenlijk vraag ik dat niet. Ik denk het.

'Ik heb het gevoel dat je mij niet mag', zegt hij drie kwartier later.
  'Als ik je niet mag, dan merk je dat', knik ik. Ik leun achterover in mijn stoel, zodat ik de deur kan zien.
  'Ja', zegt hij, 'dat kan zo zijn. Maar hoe wéét ik het, als je me niet mag?'
  Ik geeuw.
  'Dat merk je', zeg ik.

maandag 13 april 2015

Schoorsteenveger

'Ik kom aanstaande morgen jouw schoorsteen vegen', zegt de man aan mijn voordeur.
  'Aanstaande morgen', zeg ik, 'dat is dus morgenochtend?'

De man knippert met zijn ogen.
  'Ja, ik kom morgenochtend jouw schoorsteen vegen', zegt hij.

Op dat moment loopt een vriendin langs. Ik zwaai. De man deinst terug. Heft zijn arm op tot voor zijn ogen.

We kijken elkaar een kort moment aan. Dan draait hij zich om en maakt zich uit de voeten.

maandag 30 maart 2015

Ongeduldige proeflezertjes

Een groepje kinderen bij me aan de deur.

'Hoe gaat het met Timo en Ties', roepen ze in koor.
  'Dat weet ik niet', zeg ik.
  'Maar je kent ze toch?', vraagt Tycho.
  'Ik heb ze al een tijdje niet meer gesproken', zeg ik.


'Hebben ze hun moeder al gevonden?', vraagt Lieke.
  'Nee, die is dood', zegt Jorrit.
  'Is die dood?', vraagt Lieke terwijl ze me met grote ogen aankijkt.
  'Dat weet niemand', zeg ik.
  'Behalve hun moeder natuurlijk', zegt Tycho.


'Wanneer zie je ze weer?', vraagt een meisje.
  'Ja, vraag eens wat ze nu hebben uitgevonden', zegt Jorrit.


Ik denk snel na. Is het mogelijk? Kan ik een nieuw project inpassen in mijn planning?
  'Ik zal ze weer eens opzoeken', zeg ik, 'misschien is er iets nieuws te schrijven.'

'Oh, stuur je het dan met de computer naar mama,' zegt Tycho, 'dan kan ze het vanavond aan me voorlezen.'

Uhm.