woensdag 15 januari 2014

Doelen

Hoge Doelen
Ik ben zo iemand die constant een doel in haar achterhoofd heeft. Meestal van het soort 'niet één-twee-drie te verwezenlijken'. Belangrijke Doelen, zogezegd.
  Doelen zijn essentieel voor mijn motivatie. Als ik niet weet welke richting ik op ga, wordt het een chaos in mijn hoofd. Dan viert de rusteloosheid hoogtij. Daarom zet ik zo nu en dan alles op een rijtje, in mijn hoofd en op papier. Want om te weten of je naar je doelen leeft, moet je natuurlijk eerst weten wat je precies nastreeft.

Goede voornemens
Ben Tiggelaar schreef onlangs een column over goede voornemens (bron: http://bit.ly/1gBcPbA). Hij stelt dat wij mensen niet zonder dromen en doelen kunnen. Werken en leven zonder zin is feitelijk als de hel op aarde.
  Organisatiepsycholoog Fred Luthans (http://bit.ly/1anyijA) stelt vast dat het werken met heldere doelen leidt tot meer hoop, zelfvertrouwen, veerkracht en optimisme. De vier bouwstenen van psychologisch kapitaal.

Prioriteitenlijst
Bovenaan mijn lijstje staan altijd dezelfde doelen. Die geven de meeste betekenis aan mijn leven, daar richt ik me als vanzelf naar. Familie speelt daarin een beslissende rol, met de kinderen voorop.
  De overige doelen variëren mee met de tijd en de opgedane levenservaring. Bij beginnende ontevredenheid loop ik het lijstje na, en bevrijd het van doelen die niet te verwezenlijken blijken te zijn, of aan belang hebben ingeboet. Meestal ligt een nieuw doel reeds op de loer, klaar om de lege plek op te vullen.

Actielijst
Alleen het formuleren van prioriteiten geeft al het vertrouwen dat het allemaal wel goed komt. Ik zit weer op het goede spoor. Maar daarmee ben ik er nog niet. Met mijn Hoge-Niet-Zomaar-Te-Verwezenlijke Doelen in het achterhoofd, stel ik een kleine-onbeduidende-praktische actielijst op.
  En laten het nou die lijstjes zijn, die me langzaam maar zeker dichterbij mijn doel brengen. De dagelijkse bezigheden, die ik één voor één wegstreep na voltooiing, geven mijn leven uiteindelijk zin.

Ben Tiggelaar zegt daarover, in voornoemd artikel, dat de kans op het realiseren van een doel tien keer groter wordt wanneer we vage resultaatdoelen weten te vertalen naar concrete gedragsvoornemens.
  Dus niet: ik wil ooit een boek schrijven. Maar wel: iedere ochtend van 9.00-10.00 uur zorg ik dat ik schrijf.

maandag 13 januari 2014

Uitweg

Haar voeten schuiven door het laagje zand. Ze zit twintig minuten op de stenen trap, lang genoeg om het koud te hebben. Met één hand houdt ze haar mantel strak om zich heen. Mensen komen en gaan, maar ze zien haar niet. Alsof ze onderdeel is geworden van het amfitheater.
  De stilte in haar hoofd werkt verdovend. Ze veegt een lok uit haar ogen en haalt haar neus luidruchtig op. Haar schouders zakken omlaag nu ze volledig uit kan ademen.

Hoe lang is het geleden dat ze alleen was? Dat ze haar eigen gedachten kon horen, überhaupt de kans kreeg om te denken.
  Ze strekt haar benen en steunt met haar handen op de trede waarop ze zit. Bij iedere hap lucht stroomt de vrieskou in haar longen. Maar de stilte werkt hypnotiserend. Voor het eerst in vijf jaar haalt ze weer echt adem. Voor het eerst laat ze alles los.

Het theater ligt er inmiddels verlaten bij. De zon gaat onder, toeristen zoeken hun hotel op, of eten in een restaurant op de weg ernaartoe. Het wordt mistig. Ze trekt haar schoenen uit en gaat op haar zij liggen. De stenen zijn hard en koud, maar dat deert haar niet. Het is de stilte die haar hier doet blijven. De stilte om haar heen, de rust in haar hoofd. De vrijheid waar ze zo naar had verlangd. Ze knijpt haar ogen begerig dicht.

Als ze wakker wordt, is het donker in het theater. In de verte hoort ze een hond blaffen. De mist is opgetrokken, maar haar sokken zijn doorweekt. Haar haren kleven aan haar voorhoofd. Ze heeft geen gevoel meer in haar handen.
  Onwillig gaat ze rechtop zitten en trekt haar schoenen aan. Met tintelende voeten loopt ze onvast de trap af, de arena in. Bij de uitgang branden twee lantaarns. Ook de rest van het forum is verlicht. In de verte ziet ze de insula staan. Het is een groot gebouw, met veel aparte ruimtes.

Ze moet even zoeken voordat ze de juiste kamer heeft gevonden. De meisjes liggen tegen elkaar aan. De deken is van ze afgegleden. Verspreid om hen heen liggen lege pakjes appelsap en half opgegeten koeken.
  Allebei hebben ze een natte broek. Ze rillen in hun slaap. Als de vrouw ze over hun voorhoofd streelt, worden de kinderen wakker. Met rode oogjes kijken ze haar aan. Zonder iets te zeggen staan ze op en met z'n drieën lopen ze terug naar het hotel.

zaterdag 4 januari 2014

Schrijven en Leven

Schrijven
Hoe het voelt? Als een afwezigheid van je lichaam. Je bent wat je denkt, wat je maakt. Bij echte inspiratie bestaat er geen wereld om je heen. Geen realiteit. Je zit achter je computer en vol overgave proef je, ruik je en voel je de woorden.
  Als je geïnspireerd schrijft, krijgen de gebeurtenissen in je hoofd alle ruimte. Je ontvangt ze zoals ze zich aandienen. Je probeert ze niet een bepaalde richting in te drukken, maar behandelt ze met groot respect. Dankbaar dat ze je willen vereren met hun aanwezigheid. Langzaam maar zeker vertellen de afzonderlijke gebeurtenissen gezamenlijk hun verhaal. Schrijven vereist altijd een opperste concentratie, een duidelijke focus en vooral welgemeende aandacht. Zodra je iets in twijfel trekt, of als je bewust van koers probeert te veranderen, komt de inspiratie in opstand. Het is de kunst om de woorden te vangen, niet te veroordelen.

Juist deze vluchtigheid maakt het schrijven zo ontzettend de moeite waard. Want je wordt gedwongen het moment met beide handen vast te pakken, je volledig te focussen op het hier en nu. Er is geen kans om plannen te maken voor de toekomst, of terug te kijken op teleurstellingen. Je leeft, je beleeft.

Leven 
Wat als we het leven van alledag, het echte leven, konden benaderen zoals een schrijver zijn inspiratie? In plaats van druk doende te zijn met dirigeren, zouden we aandacht hebben voor ieder moment. Ons leven proeven, ruiken en voelen. Ons leven over ons heen laten komen, bewust beleven.

maandag 23 december 2013

Oma Toos (uit: Timo & Ties)

Het is zes uur in de ochtend. In de Brederostraat nummer 54 in Rijen knipt oma Toos haar bedlampje aan. Ze pakt haar bril van het nachtkastje en zet hem op. Haar grijze krullen zitten platgedrukt tegen haar hoofd. Als ze opstaat uit haar bed, laat ze een luide scheet.
  'Dèr', zegt ze zachtjes.
  Ze moet er zelf om lachen. Daarna trekt ze een stijf gestreken jurk aan, met een kleurloos schort er overheen.
  Beneden staat Billy de vuilnisbakkenhond kwispelend op haar te wachten. Oma Toos geeft hem een klopje op zijn zwarte, borstelige vacht. Daarna pakt ze een bak en vult die met brokken. Billy's baard hangt in het eten terwijl hij de brokken opschrokt.
  Jaap de parkiet komt aangefladderd en landt op de grond naast Billy. Een kooi heeft Jaap niet. Dat is niet nodig, vindt oma Toos. Een bakje vogelzaad is ook niet nodig, Jaap kan prima mee-eten met oma Toos. Brood, aardappelen, fruit en groenten. Voorzichtig trippelt hij nu naar de bak met hondenbrokken. Hij houdt zijn kopje schuin. Maar Billy hapt naar de vogel, die verschrikt opvliegt.
  Oma Toos snijdt een appel. Jaap de parkiet gaat op de schillen zitten en pikt eraan. Als ze klaar zijn met eten, vliegt Jaap naar zijn lievelingsplekje bij het raamkozijn.

Dan gaat de deurbel.
  'Hemeltje', zegt oma Toos.

maandag 16 december 2013

Observeren

Voor een schrijfproject ben ik al een tijdje bewust mensen aan het observeren. Niet van achter een struik, of door een gat in een krant. Nee, gewoon spelenderwijs in het dagelijks leven. Het intrigeert me óf en zo ja, in hoeverre uiterlijkheden verbonden zijn aan bepaalde karaktereigenschappen.

De karakters uit mijn verhalen zijn over het algemeen geen geheim voor me. Maar hoe geef ik zo'n figuur behoorlijk gestalte? Hoe kan ik laten zien hoe iemand in elkaar zit?
  Natuurlijk door de manier van praten en handelen. Maar daarnaast speelt ook het uiterlijk een rol.

Hoe ruikt iemand, bijvoorbeeld. Maar ook, hoe klinkt iemand. En klinkt een persoon altijd hetzelfde. In wat voor houding staan mensen tijdens het praten. Kijken ze elkaar aan, luisteren ze werkelijk naar elkaar? Raken ze elkaar aan bij het praten, of draaien ze zich juist onbewust weg.
  Dit soort uiterlijkheden zou ik zelfs met terugwerkende kracht nog kunnen observeren. Hier heb ik voelsprieten voor.

Mijn observaties moesten zich dan ook gaan richten op de meer 'oppervlakkige' uiterlijkheden. Hoe verzorgd is iemand, welke kledingstukken worden gedragen, welke stof is favoriet. Hoe zitten de haren: keurig gekapt of iets te nonchalant?

zaterdag 7 december 2013

Schim

Vanaf de overkant van de tafel staart ze me aan. Haar ogen wijd open, zonder te knipperen. Mond strak dicht in een smalle streep, armen languit op tafel. Ze kan natuurlijk niets zeggen, maar haar boodschap is duidelijk: ik voldeed niet.

Ze liet me in haar huis, bracht me thee, zette me 's avonds een bord eten voor. En nu zit ze hier bij mij aan tafel. Tien jaar later, haar grijze haren nog altijd strak in een knotje bijeen gebonden. Zo flexibel als zijzelf. En ik vraag me ineens af hoe ik hier terecht gekomen ben. Terug bij het punt waarop het fout ging. Wat is er gebeurd? Het ging zo goed met me.

Moet ik iemand bellen? Mijn gsm hangt opeens zwaar in mijn broekzak. Zo onopvallend mogelijk beweeg ik mijn hand er naar toe. Een meter verderop zit ze, met haar bewegingloze grijns die me zo vaak deed twijfelen. Is het een lach, of barst ze bijna van de ergernis die ik bij haar opwek? Dikzak, denkt ze vast.

Ik knijp mijn ogen kort dicht en laat mijn schouders zakken. Rustig blijven nu. Hou je doel in de gaten. Ik schraap mijn keel.
  "Rita…", begin ik.
Haar grijns verbreedt zich, ze fronst haar wenkbrauwen en schudt met korte snelle bewegingen haar hoofd.

zondag 1 december 2013

National Novel Writing Month

NaNoWriMo
Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het niet heb gehaald. De doelstelling om in een maand 50.000 woorden aan één verhaal te schrijven bleek onhaalbaar. Niet zozeer door een gebrek aan inspiratie, maar vooral door het stellen van (verkeerde) prioriteiten. Want weten hoe het moet is een voorwaarde voor succes, een beetje inspiratie is zeer welkom. Maar de grootste uitdaging blijft voor mij het 'doen'. Gewoon gaan zitten, mijn hoofd leeg maken en de verhalen de kans geven om zich te manifesteren. Er zijn namelijk zoveel redenen te verzinnen om het niet te doen, schrijven. Om je dagen te vullen met tastbare bezigheden in plaats van zweverige doelstellingen.

Drama Tuijl
Ik schreef precies 11.226 woorden aan het drama Tuijl, zoals ik het verhaal in gedachten noem. Een verhaal dat al tijden op de achtergrond aanwezig was. Ik ken de karakters sinds jaren, weet wat er speelt, wat ieders rol is. Gek genoeg heb ik zelfs de plot al helder voor ogen. Zo schrijf ik normaal nooit. Meestal laat ik me verrassen, me meevoeren op de golven van de opeenvolgende gebeurtenissen.
  Dit verhaal toonde zich dus wezenlijk anders. Zo open, maar tegelijkertijd behoorlijk ongrijpbaar. Alsof de karakters zorgvuldig een gepaste afstand tot me bewaarden. Ik kreeg het de afgelopen jaren maar niet voor elkaar er echt in te duiken. Behoorlijk frustrerend. Zo'n sudderend verhaal schrikt andere verhalen af. Dus óf je laat me het verhaal vertellen, óf je laat me met rust. Er zit niets tussenin, wat mij betreft.