Stopranden
Bal over het hek
in de tuin van de vrek
Kraakhelder
wat je zegt
wat je doet
hoe je lacht
hoe je wacht
kijkt
vraagt en blijft
af en toe zwijgt
ongedurig hoopt
te hard van stapel loopt
je toevlucht neemt tot vleien
afketst op de keien
maar dat niet merkt
juist verder sterkt
weer zegt, doet en wacht
tot ze eindelijk teruglacht
De tweede keer trok hij haar zachtjes mee, weg van de groep en van de menigte. Zoals hij de eerste keer al had willen doen, had moeten doen. Ze liet zich meevoeren, zuchtte genoeglijk in het vooruitzicht van de stilte, die versterkt zou worden door piepende oren en een nadreunende buik. Stilte maakte alles mooier, vond ze, intiemer en eerlijker. Nu ze tegenover elkaar zaten, keek ze hem voor het eerst die avond aan.
'Wat doen we hier?' vroeg hij.
Ze fronste rimpels in haar voorhoofd.
'In de groep bedoel ik', vervolgde hij. 'Wat
doen wij in deze groep?
Ze wreef een haarlok achter haar oor en keek naar de grond.
'Het is de muziek denk ik. Alleen nog de muziek',
zei ze.
Hij knikte.
Ze wisten het allebei: de muziek was al lang niet meer genoeg. De muziek was veranderd, zij waren veranderd. De groep was eigenlijk helemaal geen groep meer, maar feitelijk drie groepjes ineen. En hij. En zij.
Hij boog zich naar zijn tas en haalde een
fles rum tevoorschijn.
'Doe je mee?' vroeg hij terwijl hij de fles
in haar richting stak.
Ging je
eerder weg
om nog voor
sluitingstijd te arriveren
bij de
winkel met Belgische bonbons.
Dralend,
kwijnend en omslachtig
eigenlijk
zoals je was
sinds ze zei
dat ze je mocht.
Je draaide
een plaat
ging van
huis
zoals alle avonden.
Zogenaamd om
geen onrust te stoken
maar in
werkelijkheid omdat ze had verteld
hoeveel ze
van chocola hield.
En dus
nestelde zich
dat idee in
je hoofd
van de
Belgische bonbons.
Zonder vrees
omdat je het
beu was
altijd
voorzichtig te zijn.
Omdat je liever
wilde leven
zoals je
broer en zijn maten
die mate nauwelijks
kenden.
Dus toen je
voor de winkel stond
besloot je
twee doosjes te kopen
gewoon voor
het geval dat.
In de
schemer opende ze haar deur
en
antwoordde: ja natuurlijk
voor jou
altijd.
Je toverde
het doosje tevoorschijn
keek weg
omdat je
alsnog bang werd.
Maar dat
bleek onnodig
want ze
bloosde
en sprak
boekdelen
Sowieso de
beste chocolade
die ze ooit had
geproefd
nu al, zei
ze.
Zodat je
eindelijk begon
wat zij veel
eerder was gestart:
de liefde.
Lepeltje-lepeltje
in de la van het bestaan.
Soms met een flinke ruk
uit zijn voegen gegaan.
Alles door elkaar
hevig en ontdaan.
Tot alles rustig terug
lepeltje-lepeltje kan gaan.
Hij was een moederskindje, altijd geweest. Verwoestend verwend omdat
zijn hang naar zijn moeder uitstekend tegemoetkwam aan haar wensen. Hij was
haar Louis Vuitton, haar Christian Louboutin: onberispelijk mooi en stil aan
haar zijde. Zijn vertrek naar de stad was een beproeving voor hen beiden.
Zonder uitzondering belde hij haar stipt om negen uur en bespraken ze hun
plannen voor de dag. De hare variërend van wel of geen partijtje tennis, de
zijne geen etmaal eender.
En ik kan me natuurlijk uit het veld laten slaan
door alles wat ik de laatste vijftien jaar heb nagelaten. Beter is het om het
inzicht te koesteren dat ik heb verworven tijdens de jaren daarvoor. Het verlangen,
dat ook. Omdat zonder de rusteloosheid niets verandert.
Op die zeldzame momenten, waarop m'n hersenen alle ballast
overboord kunnen gooien, ontkiemen de meest fantastische ideeën. Ongedwongen
leegte zet keer op keer de juiste schakelaar om in mijn hoofd.